17 juli 2026
Vraag het aan Esther: infiltratie in de warmteverliesberekening
Sinds de aanpassing van de ISSO's voor warmteverlies (ISSO 51, 53 en 57, 2024) krijgen we op de servicedesk veel vragen over de berekende infiltratie. In dit artikel lees je waar je de infiltratie invult, welke mogelijkheden er zijn, hoe de berekening op gebouw- en ruimteniveau werkt en welke aandachtspunten er verder zijn.
Waar vul ik de infiltratie in?
Voor gebruikers die ook al met de ISSO's uit 2017 warmteverliesberekeningen maakten, is het even wennen. In de 2017 versie bevonden de invoervelden zich in het sjabloon ventilatie en moest er per ruimte een sjabloon ventilatie gekoppeld zijn. In de 2024 versie bevinden de invoervelden zich in het sjabloon gebouweisen en worden ze dus per gebouw toegewezen.
De keuze of de berekening volgens de ISSO's van 2017 of volgens de ISSO's van 2024 wordt gemaakt, maak je in het blad "Projectgegevens, projectinstellingen".
Welke mogelijkheden zijn er?
ISSO 51, ISSO 53 of ISSO 57 utiliteit
In het sjabloon gebouweisen kies je in het veld "Opgave qv;10" hoe de infiltratie wordt opgegeven of berekend. Er zijn drie mogelijkheden:
- Forfaitair
- Gemeten
- Specifiek
ISSO 57 industrie
In het sjabloon gebouweisen vink je onder "Utiliteitsbouw industriegebouw (ISSO 57)" de juiste onderdelen aan.
Hoe wordt de infiltratie op gebouwniveau berekend?
Het infiltratiedebiet voor het hele gebouw wordt berekend op basis van de gekozen methode in het sjabloon gebouweisen.
Gemeten
Als er gekozen is voor gemeten (blowerdoortest) dan wordt in het bijbehorende veld het gemeten debiet qv;10 opgegeven. Vervolgens wordt voor het hele gebouw het debiet bepaald aan de hand van formule 2.34 uit ISSO 51:
fwind is een correctiefactor voor de winddruk op basis van de gebouwafmetingen. In de rapportage heet deze factor: “Correctiefactor winddruk”. De factor wordt berekend aan de hand van de afmetingen van het gebouw.
ftype2 is een correctiefactor voor de invloed van gebouwafhankelijke winddrukverdeling. In de rapportage heet deze factor: “Correctiefactor gebouwafhankelijke winddrukverdeling”. De factor is afhankelijk van het gekozen type (gebouw c.q. woning) en uitvoering in het sjabloon gebouweisen.
finf is een correctiefactor voor de invloed van de ventilatievoorzieningen. In de rapportage heet deze factor: “Correctiefactor invloed ventilatievoorziening”. De factor wordt bepaald door het gekozen ventilatiesysteem (hulpmiddel luchtbehandeling).
Specifiek
Als er gekozen is voor specifiek dan wordt er in het invoerveld de qv;10;spec opgegeven. Deze is bijvoorbeeld bekend vanuit een bestek of de BENG berekening. Vervolgens wordt het infiltratiedebiet van het gebouw berekend aan de hand van formule 2.35 uit ISSO 51 en ISSO 53 of formule 2.36 voor ISSO 57 utiliteit.
Forfaitair
Als er geen qv;10;spec bekend is dan wordt deze bepaald met behulp van het opgegeven bouwjaar (eigenschappen, gebouwen) en gebouwtype (sjabloon gebouweisen) volgens formule 2.37 uit ISSO 51 (c.q. 2.38 in ISSO 53 en 57 utiliteit):
Voor industriegebouwen (ISSO57) geldt tabel 2.6 uit ISSO 57:
Welke waarde er wordt toegepast is afhankelijk van de geplaatste vinkjes:
Het aanvinken van tegenover elkaar gelegen deuren zorgt voor een bijtelling van 0,2 LW op het bepaalde infiltratievoud.
Hoe wordt de infiltratie op ruimte berekend?
Het infiltratiedebiet voor het hele gebouw wordt verdeeld over de ruimten. Voor ISSO 51 gebeurt dit aan de hand van de oppervlakten van de ruimten. ISSO 53 en ISSO 57 utiliteit kijken naar de verdeling van de te openen ramen.
Overige aandachtspunten
Onderscheid per appartement of juist op complexniveau
Let op als je rekent met meerdere gebouwen in een gebouwcomplex: je maakt óf per verschillend appartement/gebouw een eigen sjabloon gebouweisen óf je maakt één sjabloon gebouweisen voor het hele complex. Dit laatste zorgt dat ieder appartement een gelijksoortige infiltratie krijgt.
Fractie z
Alleen ISSO 53 past nog de zogenaamde fractie z: een gelijktijdigheid op de infiltratie voor het hele gebouw toe.
Effectenstudie
Toen de ISSO's aangepast zijn, hebben we hier effectenstudies voor gemaakt. Lees de ISSO 51 effectenstudie 2017 vs 2023 en de effectenstudie ISSO 53 en 57.
Zekerheidsklasse
De zekerheidsklasse is niet meer te kiezen. Er worden nu cz waarden toegepast en weergegeven (overeenkomstig met klasse A). Ook de keerzijdetemperatuur is in de rapportage terug te vinden.
Posten
In de aangepaste ISSO's zijn de benamingen en bepalingen van de posten veranderd. Ook hier hebben we eerder aandacht aan besteed in ons artikel over beter inzicht in warmteverliesberekeningen met ons nieuwe schema.
Invullen psi waarde
Je kunt bij hulpmiddel constructie voor een raam de psi-waarde opgeven, maar dit is een zeer bepalend veld. Dat hebben we eerder toegelicht in ons artikel over de psi-waarde, de lineaire koudebrug tussen het glas en het kozijn.
Eigen invoer kozijnpercentage
De U-waarde van het raam (glas en kozijn) wordt bepaald aan de hand van het kozijn dat in het hulpmiddel constructie is opgegeven, behalve als bij eigenschappen projectinstelling voor de forfaitaire waarde is gekozen.
Meer weten?
Wil je meer weten over infiltratie in de warmteverliesberekening in Vabi Elements? Of kom je er in je eigen project niet uit? Neem contact op met onze servicedesk. We helpen je graag verder.